Problemen. 

Mijn problemen bestaan uit stotteren en een fobie. Die heeft bij mij de vorm van dwangmatige handelingen.  Stotteren doe ik vanaf mijn derde jaar, afgaande op wat anderen mij daarover verteld hebben. Het was pas echt een probleem in de twee laatste klassen van de lagere school.Op de middelbare school ging het juist heel goed, d.w.z. ik had er niet zoveel last van. Vanaf mijn twintigste is het echter een groot probleem. Het leverde en levert heel wat belemmeringen op. Een enigszins voldoende sociaal netwerk opbouwen, mij op een eigen woonplek kunnen handhaven, voldoende zinvol bezig kunnen zijn middels (vrijwilligers-) werk of studie, een relatie - al deze dingen worden belemmerd. Zodat het een olievlek is geworden die zich uitbreidde; het aan die essentiele dingen niet kunnen meedoen, levert op zichzelf ook weer problemen op.

Behalve therapie,waarover direct iets meer, ondernam en onderneem ik veel om uit isolement weg te komen. Vele banen als vrijwilliger gehad, met echter steeds hetzelfde patroon; in de loop van de tijd neemt mijn moeite met praten dan toe en raakte ik ook bij het vrijwilligerswerk in bepaalde mate geisoleerd.Is te vergelijken met iemand die een gebroken been heeft, maar daarvoor niet behandeld is; gaat die persoon er toch mee lopen, dan wordt het been slechter.Contact met anderen triggert bij mij de oorzaak van mijn stotteren, en juist dan kan stotteren toenemen. (hoewel er gelukkig uitzonderingen op voorkomen.)Onder meer ook tweemaal met een studie theologie beziggeweest; niet alleen uit belangstelling voor dat onderwerp, maar ook als project om aan te sluiten bij de samenleving. De eerste keer liep de studie vast doordat ook toen mijn moeite met praten toenam en ik in het tweede studiejaar de collegezaal niet meer indurfde. Later opnieuw begonnen en toen tot in het vierde studiejaar gekomen, maar isolement nam weer toe en ik zag de studie zelf niet meer zitten. (in feite was het ook een fout van mij; ik dacht namelijk dat een studie theologie hetzelfde was als een studie godsdienstwetenschappen. Dat bleek niet zo, maar ik vond het toen interessant genoeg om toch met theologie door te gaan.)

Ook zelfstandig wonen is belemmerd door mijn stotteren, en daar is helaas nog een probleem bijgekomen. Op mijn laatste eigen woonplek ging het de eerste maanden redelijk goed, maar toen kwamen benedenburen terug van een lange vakantie. En daarmee begon de geluidsoverlast. Met als uiteindelijk resultaat, zoals nogal eens voorkomt in deze samenleving, dat degene die overlast veroorzaakt, kan blijven zitten en de persoon die er last van heeft uiteindelijk geen andere keus heeft dan te vertrekken.Sindsdien ben ik fors overgevoelig voor geluiden; enkele mensen deed mijn reacties daarop zelfs denken aan een post traumatische stress stoornis.

Ik woon nu in bij een broer van mij. Om toch in bepaalde mate mijn eigen leven te kunnen leiden, kom ik pas thuis als hij naar bed is. Dan heb ik de laatste uren van de avond en de nachtelijke uren voor mijzelf, en kan dan mijn eigen dingen doen en rustig even zitten en mijn accu opladen.Een zeer verschoven dagritme is het gevolg.

Dwanghandelingen zijn dagelijks een probleem. het is wel verminderd vergeleken met bijv. 15 jaar geleden, maar het speelt een aanzienlijke rol. Aan het begin van mijn dagen heb ik bijvoorbeeld gemiddeld twee uur nodig om uit huis weg te komen. Dwanghandelingen hebben bij mij te maken met smetvrees. Achtergrond wordt gevormd door schuldgevoelens. Het gaat er niet om dat ikzelf iets zou oplopen, maar dat ik andere mensen iets zou kunnen bezorgen, of ze ongerust maken e.d.

Therapie.

Voor zowel stotteren als dwang heb ik aardig wat therapie gehad. Nadeel daarvan is dat het meeste gebaseerd is op gedragstherapie. En naar mijn ervaring en inzicht is gedragstherapie wat teveel bezig met symptomen en te weinig met achtergronden en oorzaken.Er was in een aantal gevallen resultaat, maar dat duurde niet lang.Een keer was ik op een week na, een jaar opgenomen in een speciale kliniek in Den Haag. Een moderne kliniek voor mensen met een fobie, straatvrees e.d.Ik deed erg mijn best en werd door zowel staf als medebewoners/sters beschouwd als een van de beste en meest hardwerkende mensen daar. (dit kan onbescheiden klinken! maar ik wil hiermee aangeven dat het niet mislukt is doordat ik mijn best niet deed.) Na die 51 weken wilde ik in Den Haag een zelfstandig bestaan opbouwen. Echter, na enkele weken, waren alle fobische problemen alweer terug!

Voor mijn stotteren heb ik lange tijd therapie gehad vanuit het Dijkzigt ziekenhuis. Daar is een speciale afdeling stottertherapie.Heel veel hartelijke medewerking. Ze hebben mij ongeveer dertien jaar lang in therapie gehouden. Hoewel ze wachtlijsten hadden en personeelstekort hadden.Ze deden dat omdat ze mijn mogelijkheden en inzet zagen.Echt hartelijke contacten met de mensen van afd. stottertherapie. Ik vroeg een keer alleen om individuele stottertherapie; welnu, dat kreeg ik ook, maar ze gaven er spontaan individuele psychotherapie en meedoen aan groeps stottertherapie bij!!Over mijn therapie ervaringen valt nog veel meer te vertellen maar in het kader van dit levensverhaal laat ik het nu hierbij.

Kindertijd.

Ondertussen begon ik te lezen over psychische problemen en de vele therapie soorten die er waren er zijn.Ik kwam daarmee bij het werk van Alice Miller terecht. Overigens vooral door mijn therapie ervaringen.Met de meeste therapeuten heb ik op zich goede ervaringen. Met enkele echter niet. Wat mij sterk opviel was dat ik met die negatieve ervaringen nergens terecht kon. (en doorgaans nog steeds niet kan.) Voor nogal wat mensen zijn therapeuten prinsen, waarvan ze geen kwaad willen weten. Ze worden beschouwd als onfeilbare mensen die alles doen uit bestwil voor de client. Zowel of dat onfeilbare als op het alles uit bestwil voor de client doen, valt behoorlijk wat af te dingen.

Welnu, een belangrijk onderdeel van het werk van Alice Miller is dat zij zegt, dat leed op zich geen psychische problemen hoeft te veroorzaken.Echter, het niet gezien en gehoord worden met dat leed, het niet erkend worden, dat kan wel psychische problemen veroorzaken.Ook nu speelt dit een enorme rol. Ik ben 59, en dingen zoals voldoende kunnen communiceren, eigen woonplek, voldoende zinvol bezig kunnen zijn middels werk of studie, minimaal voldoende sociaal netwerk, al die dingen zijn er nog steeds niet. Ik ben echter een mens en kan niet blijven doen alsof ik een blok beton ben dat geen behoeftes en mogelijkheden heeft. Ik heb enorm veel gedaan, al zeg ik het zelf, om een eigen bestaan op te bouwen en aan te kunnen sluiten bij de samenleving. De tegenslagen en gebrek aan medewerking, en op allerlei gebieden afgewezen worden - als ik dat in boekvorm zou beschrijven, zou een deel van de mensen niet geloven, vrees ik, dat een menselijk leven zo kan verlopen.Ook deze jaren heb ik vele malen gealarmeerd; met steeds meer moeite mijn situatie iedere keer opnieuw onder woorden gebracht. Maar er gebeurde en gebeurt niets. Niemand alarmeert niemand. Het is een ijzeren wet in deze samenleving dat er pas wat gebeurt als het heel laat geworden is of te laat is.En zo herkende en voelde ik dat het geen erkenning en gehoor vinden voor mijn negatieve ervaringen met een aantal therapeuten, mij grote problemen bezorgde.Ik ondervond niet alleen bagatellisering, maar ook beschuldigingen en zelfs agressieve reacties!

Miller is vooral bezig met de kindertijd en met de gevolgen daarvan voor het leven van volwassenen. En zo ondervond en merkte ik, ook door luisteren naar de verhalen en ervaringen van anderen, en door heel veel lezen van verwante boeken, dat de kindertijd een centrale rol speelt. Meeste psychische problemen ontstaan in de kindertijd. En opvoeding is ook nu nog in zeer slechte toestand. Miller gebruikt daarvoor de term, zwarte pedagogie. Het gaat  er veel te weinig om dat kinderen zichzelf kunnen worden, ze worden veel teveel met voorbijgaan van kwetsbaarheid  en eigenheid, in het mensmodel van de ouders geperst.En dat gaat ver terug; in ben in de laatste jaren ook terecht gekomen op het gebied van de prenatale en perinatale psychologie. Ook in die periode kan er al veel misgaan, en de mogelijkheden en kwetsbaarheid van de eerste negen maanden worden enorm onderschat.Op dit gebied wordt er hard gewerkt gelukkig en is er al veel ontdekt en bereikt; invloed van kindertijd is in grote mate wetenschappelijk onderbouwd. Grote verenigingen zoals de APPPAH - de amerikaanse vereniging voor prenatale en perinatale psychologie - houden zich overigens ook bezig met de kindertijd op zich, en met de gevolgen daarvan voor het leven van volwassenen.

 

12 mei 2010



In 1983 ben ik opgenomen op de afd. psychiatrie van het AMC.

Dat was met een in bewaring stelling.

Ik zal proberen er een en ander over te vertellen.



Ik woonde toen in een studentenhuis in de J.J. Viottastraat in
Amsterdam. Een huis speciaal voor mensen die theologie studeren. Op
zich een goede tijd met samen eten, af en toe een feestje. Ook daar
raakte ik echter geisoleerd.

Op een bepaalde middag liep ik over de brug op weg naar het
studentenhuis, maar had er helemaal genoeg van. Ik zag het niet meer
zitten, was wanhopig en boos en razend. Ik nam min of meer toen het
besluit een hoeveelheid medicijnen in te nemen. Tranxene capsules van
5 mg. - een kalmeringsmiddel. Ik had er nog twintig en die nam ik
toen, aangekomen in mijn kamer, allemaal in.

Of het echt heel veel kwaad kon (die hoeveelheid medicijnen)
betwijfelde ik, maar ik had meteen al door dat het een noodkreet van
mij was.

Ik had het snel daarna gemeld aan een medebewoonster.

Die heeft toen andere mensen gewaarschuwd, de mensen die in huis
waren, en die hebben mij toen letterlijk op de been gehouden. Om te
voorkomen dat ik in slaap zou vallen en dergelijke.

De ook gealarmeerde ggd reageerde gemoedelijk. Twee psychiaters die
aanvankelijk wel aanraadden maag leeg te pompen, maar niet aandrongen
en het gemoedelijk opvatten.

Ik had beloofd de volgende dag op een afspraak met de ggd te komen.



Dat lukte echter niet omdat ik door de ingenomen tranxene capsules
door dingen heensliep.

Een van de dagen daarna zou de afscheidsavond zijn van de
stottertherapiegroep waar ik toen aan meedeed. Ik wilde graag die
avond bijwonen. De middag daaraan voorafgaande werd ik echter beroerd,
door de relatief grote hoeveelheid ingenomen tranxene, en ging op bed
liggen.

Ik ging laat weg, mogelijk werd ik boos omdat de bus - zoals mij nogal
eens gebeurd in heden en verleden - net voor mijn neus wegging. Ik
werd op straat kwaad (waarvan ik nu weet dat dat een duidelijke
bijwerking is van tranxene) gooide mijn bril stuk en liep de andere
kant op.

Ik liep woedend rond in een groengebied dichtbij ons huis. Uren later
merkte ik dat mijn broers mij achterna kwamen, uit bezorgdheid, maar
ik reageerde niet op hen.

Later op de avond kwam ik weer thuis. Tot mijn verbazing was de hele
familie present en een rijdende psychiater, zoals dat heet, van de
GGD.

Ik was weer rustig en ging op mijn gemak een kop thee zetten.

De psychiater verwachtte echter dat ik in het bijzijn van mijn
familie, die van mijn problemen niets afweet en met wie ik het nooit
over vertrouwelijke dingen heb, zou gaan praten over wat mij dwarszat.

Toen ik dat niet meteen deed, kwam zij met de opmerking - maar u kunt
ook gedwongen worden opgenomen!



Daarop werd ik opnieuw razend. Te verwachten dat ik in bijzijn van al
die mensen over vertrouwelijke dingen zou gaan praten, en dan meteen
dreigen met gedwongen opname! Schandalig.

Ik ging naar buiten, en gooide achter een kleine steen door de ruit
van de keukendeur. (Overigens had ik eerst gekeken of er niet iemand
achter die deur stond; ik wilde niemand verwonden.)



Dat was natuurlijk een prima reden om de gedwongen opname door te zetten.

Ik dwaalde ondertussen weer rond in het groengebied in de buurt van ons huis.



Er kwam een politie auto in de buurt rondrijden, naar mij op zoek. Ik
stond rustig bij een struik en toen sprongen de agenten wild uit de
wagen en schreeuwend, alsof ze met een gevaarlijke misdadiger van doen
hadden. Ik moest op de grond liggen en kreeg handboeien om. (een zeer
schandalige en buitenproportionele manier om met iemand om te springen
die het psychisch moeilijk heeft en nota bene rustig bij een struik
staat.)

In de auto werd ik kwaad op mijn familie en toen dreigden de agenten!
Flinke boys; met zijn tweeen iemand bedreigen die handboeien aanheeft.



Bij het buro aangekomen was de rijdende psychiater er ook weer. ik was
door de ervaringen met de agenten niet bereid mee te werken en zo werd
ik achtergelaten op het buro.

-ik heb geen zin de hele avond met die gozer hier te zitten, zei heel
charmant een van de dienstdoende agenten.

En zo werd ik naar een cel gebracht.

Op gegeven moment werd ik weer boos (ook door de nawerking van de
medicijnen) en toen zei een agent;

als je je niet rustig houdt kom ik even je cel in!!

Een extreem schandalige bedreiging.Dat is een van de dingen die mijn
leven kapot heeft gemaakt en waarna ik een ander mens ben geworden dan
in de jaren daarvoor.



Ambulance die mij zou ophalen kwam pas de volgende dag! Ook een heel
attente, maar niet heus, manier om om te gaan met iemand in forse
psychische moeilijkheden.



Verder verliep het goed; aankomst bij het AMC was wel wat vreemd,
realiseerde ik mij achteraf. Een plaats afgeschermd van de
buitenwereld; als ze iemand daar willen platspuiten, kan dat
onbekommerd.

Maar ik was rustig en vriendelijk en gaf iedereen een hand en stelde mij voor.



(over het verdere verloop van de opname vertel ik een andere keer;
daar vallen goede en nare dingen over te vertellen.)



Ik verwachtte begrip en aandacht en erkenning; wat ik echter kreeg was
dreiging met gedwongen opname en de opname zelf, en zeer agressief
gedrag van enkele agenten.En middels meewerken aan de gedwongen opname
ook schandalig gedrag van mijn familie.

Zo werd toen al bewaarheid wat Alice Miller regelmatig naar voren
brengt; leed op zich hoeft geen psychische problemen te veroorzaken.
Echter, het niet echt gezien en gehoord worden, het geen erkenning
ondervinden, dat kan wel psychische problemen veroorzaken. Sinds deze
opname ben ik een ander mens dan daarvoor.



Groot probleem is dat er nog niemand, en het is al  27 jaar geleden,
empathisch en meelevend heeft gereageerd! En dat heeft de schade veel
en veel groter gemaakt.  De twee reacties van mensen uit mijn
vriendenkring waren;

- ik heb een reportage gezien over agenten die te maken hebben met
agressieve mensen, en ze moeten dus wel oppassen en stevig optreden.!
Een heel goede vriendin reageerde dus door partij te kiezen voor de
agenten en mijn specifieke verhaal over het hoofd te zien. Dat ik
rustig was en geen enkel gevaar vormde.

- een andere vriendin had zelf heel goede ervaringen met politie; dat
kan, maar om dan niet in te gaan wat ik vertel en ook de agenten te
verdedigen; een ongehoorde en zeer slordige reactie.

Deze twee reacties hebben fors bijgedragen aan mijn traumatisering.
Met deze ervaringen sta ik al 27 jaar alleen, en dat hakt er fors in.

De enige korte en goede reactie was toen van mijn huisarts - ik noem
zijn naam niet omdat hij dit mogelijk niet breder bekend wil hebben
-die zei; ik zou de rijdende psychiater door de ruit gegooid hebben!

Maar dat weegt niet op tegen de enorme hoeveelheid slechte
gebeurtenissen rondom de opname, tegen de twee andere genoemde
reacties, en tegen het er verder 27 jaar alleen mee staan.