PSYCHOFARMACA
Psychofarmaca zijn middelen die invloed hebben op het centraal zenuwstelsel. Ze worden voorgeschreven bij bepaalde psychische aandoeningen, zoals bij depressies. Sommige van deze middelen worden ook als drugs gebruikt en werken verslavend:
Medicijnen
Psychofarmaca zijn middelen die invloed hebben op het centraal zenuwstelsel. Ze worden gegeven bij psychische aandoeningen en ziekten. Vroeger zat er vaak een taboe op deze middelen, en de bijwerkingen waren ook veel sterker. Tegenwoordig zijn de sommige bijwerkingen niet zo heel heftig meer maar dat maakt ze niet minder gevaarlijk. Bij bepaalde aandoeningen zoals bij depressies, zijn deze medicijnenn in combinatie met psychotherapei, goed werkzaam. In andere gevallen zijn andere vormen van therapie zoals bewegingstherapie of creatieve therapie soms heel heilzaam. Sommige van deze middelen kunnen sterk verslavend werken, daarom is een juiste dosering en begeleiding van een arts ook erg belangrijk.
Antipsychotica
De antipsychotica of neuroleptica zijn middelen die kalmerend werken, en ook antipsychotisch. Deze middelen versuffen niet, dus de patiënt voelt zich niet slaperig. Wel kan de activiteit sterk afnemen, soms zelfs is de patiënt apathisch. Angsten, spanningen en onrustgevoelens nemen met dit middel af. Vaak blijven de wanene bij de patiënt wel bestaan, maar de patiënt ervaart deze als minder kwellen voor zichzelf.
Antidepressiva
De antidepressiva hebben een stimulerende werking op het centraal zenuwstelsel. Dit komt door de werkzame bestanddelen die de serotonine en naradrenaline in de hersenen verhogen. Tot deze groep behoren onder andere clomipramine, amitryptilenen en imipramine. Antidepressiva worden vaak toegepast bij een depressie. Maar ook bij angststoornissen en bij eetstoornissen worden antidepressiva voorgeschreven. Na twee tot vier weken begint de antidepressiva te werken. Bij ongeveeer 70 procent van de patiënten werkt de antidepressiva ook daadwerkelijk. In de eerste twee tot vier weken kunnen de klachten juiste verergeren, en er kan sufheid en vermoeidheid ontstaan. De bijwerkingen verdwijnenen meesal na deze periode. Antidepressiva wordt soms jaren achter elkaar ingenomen.
Anxiolytica
Deze middelen zorgen voor een kalmerende werking op angst en spanningen. Ze hebben geen anti-psychotische eigenschappen. Anxiolytica veroorzaakt ook geen apathie, zoals bij antipsychotica wel het geval is. Anxiolytica is ook bekend onder de naam tranquillizers. Dit middel beïnvloed de rijvaardigheid en in combinatie met alcohol werkt heel ongunstig. Wanneer dit middel langdurig wordt gebruikt, ontstaat er een psychische afhankelijkheid . Bekende middelen zijn onder andere diazepam en oxazepam.
Slaapmiddelen
Slaapmiddelen hebben een snelle en korte inwerktijd. Bij een lage dosering werkt een slaapmiddel kalmerend. Bij een juiste dosering werkt een slaapmiddel hynotisch. Bij een hoge dosering werkt een slaapmiddel verdovend.
Wekaminen
Deze hebben eveneens een stimulerende werking op het centraal zenuwstelsel. Een lichaamseigen wekamine is andrenaline. In 1927 kwam de eerste wekamine op de markt. Deze was bekend onder de naam benzedrine. Amfetaminen vormen nu de belangrijkste groep van wekaminen. Als werking is een vermindert gevoel van vermoeidheid, verminderde slaap en meer motorische activiteit bekend. Vaak word wekamine ook gebruikt om de euforische werking, in de vorm van dope of speed. Chauffeurs en studenten gebruiken soms wel eens pep-pillen waarin amfetamine zit. Slaap en voedsel heeft de gebruiker, als gevolg van het gebruik van dit middel, niet nodig. Vaak vallen de tanden als gevolg van het gebruik hiervan uit.


