Rechten van Leerlingen

Leerlingen hebben ook rechten. Meestal wordt er meer over de plichten gesproken.
Dat gaat dan over de leerplicht of over de huisregels van de school.
Maar aan plichten zitten ook altijd rechten vast. Wij hebben gezien dat rechten en plichten van leerlingen vaak niet zijn vastgelegd in de wet. Wij pleiten  ervoor om dat wel te doen. De rechten van scholen en leerlingen zijn nog niet gelijkwaardig.  

Scholen zijn zich er lang niet altijd van bewust dat leerlingen grondrechtdragers zijn.
Zo worden de grondrechten van leerlingen niet altijd onderkend, althans ziet de school niet in dat leerlingen de grondrechten als het ware ‘meenemen’ naar school. Zoals dat de handhaving van de discipline op school de menselijke waardigheid en kinderrechten moet respecteren.Er is sprake van een machtsverhouding tussen de school enerzijds en leerlingen en ouders anderzijds. Onderwijs heeft een ‘sleutelmacht’ tot beroepen en opleidingen, wat betekent dat het een cruciale rol vervult bij de toewijzing van jonge mensen naar de arbeidsmarkt.

Sommige leraren voelen zich almachtig tegenover de leerlingen. Een voorbeeld is intimiderend gedrag van een leraar. Als een leraar bijvoorbeeld zegt “ik pak jou wel op het mondelinge examen” dan maakt hij misbruik van zijn machtspositie. Of een leraar die een lastige leerling uit de klas neemt en zegt dat hij hem de volgende keer een flinke hengst zal verkopen: dat is intimiderend gedrag en is verboden. Tegenwoordig geldt er een klachtenprocedure en daar wordt veelvuldig gebruik van gemaakt. Leerlingen en ouders kunnen op deze manier hun ei kwijt bij een onpartijdige instantie die hun grieven serieus neemt.
De machtsongelijkheid wordt tegenwoordig dus veel beter dan voorheen gecompenseerd door rechten en plichten van leerlingen en ouders maar is nog niet gelijk.

Wij vinden dat de belangrijkste rechten van leerlingen en ouders moeten worden vastgelegd in de onderwijswetgeving. Dat is nu nog niet het geval. Voorbeelden van dergelijke rechten, zijn het recht op deelname aan onderwijs, recht op goed onderwijs, recht om te kunnen meepraten over wat er op de school gebeurd, het recht op een faire beoordeling (bij proefwerken en examens) en het recht op een faire tuchtprocedure. Scholen moeten zich meer bewust worden van de rechten van leerlingen in het onderwijs.
En in de lerarenopleidingen moet meer aandacht komen voor de rechten van leerlingen, voor communicatie,
voor het aanleren van beroepsethiek en standaarden die daarbij horen.

Wat veel mensen niet doorhebben is dat zodra je kind is toegelaten tot een bepaalde school,
je een stilzwijgende onderwijsovereenkomst hebt met die school.
Over de aard van de rechtsverhouding - publiekrechtelijk of privaatrechtelijk - bestaat op dit moment nog niet veel duidelijkheid. In het openbaar onderwijs moet de onderwijsverhouding naar ons oordeel worden bestempeld als een publiekrechtelijke onderwijsovereenkomst en in het bijzonder onderwijs als een privaatrechtelijke..Wij zijn er voorstander van om de onderwijsovereenkomst in de onderwijswetgeving vast te leggen. Dan kan er geen misverstand meer bestaan over de aard van de rechtsverhouding,
Dat is van belang voor de rechtsbescherming en om te bepalen welk recht van toepassing is.




Bronvermelding: Kinderrechtenverdrag en Petra van den Broek